Reglement Auditcommissie
(ontleend aan De Test: due diligence voor commissarissen, PwC januari 2005)
Artikel 1
De auditcommissie functioneert onder verantwoordelijkheid van de raad van toezicht en richt zich daarbij op het toezicht op het bestuur van de stichting, inclusief diens bestuurlijke verantwoordelijkheid voor rechtspersonen waarvan het resultaat in de jaarrekening wordt geconsolideerd en van de rechtpersonen waarin de stichting 50% of meer bestuurlijke zeggenschap heeft, ten aanzien van:
A) de werking van de interne risicobeheersings- en controlesystemen, waaronder het toezicht op naleving van de relevante wet- en regelgeving en het toezicht op de werking van de gedragscode zoals is vastgelegd in de gedragscode Goede Bestuurder van de NVZD
B) de financiële informatieverschaffing (keuze van accounting policies, toepassing en beoordeling van effecten van nieuwe regels, inzicht in de kwartaalrapportage over de exploitatie, prognoses, risicoanalyse, etc.)
C) de naleving en opvolging van opmerkingen van in- en externe accountants
D) de rol en het functioneren van de interne controlling
E) de relatie met de externe accountant waaronder in het bijzonder zijn onafhankelijkheid, de bezoldiging en eventuele niet-controle-werkzaamheden voor de stichting
F) de financiering van de stichting
G) het treasurybeleid
H) de toepassingen van de informatie- en communicatietechnologie (ICT) betrekking hebbend op de administratieve organisatie en interne controlling (AO/IC)
Artikel 2
De auditcommissie is het eerste aanspreekpunt van de externe accountant, wanneer deze onregelmatigheden constateert in de inhoud van de financiële berichten.
Artikel 3
De auditcommissie bestaat uitsluitend uit leden van de raad van toezicht. De commissie bestaat uit tenminste 2 leden en beschikt over een plaatsvervangend lid.
Het voorzitterschap van de commissie wordt niet vervuld door de voorzitter van de raad van toezicht, noch door een voormalig bestuurder van de stichting of de daaraan gerelateerde rechtspersonen.
Artikel 4
Van de auditcommissie maakt ten minste een financieel expert deel uit. Hetgeen inhoudt dat deze persoon relevante kennis en ervaring heeft opgedaan op financieel administratief/accounting terrein bij beursgenoteerde instellingen of bij andere grote rechtspersonen. Bij het ontbreken daarvan kan ter ondersteuning van de commissie, tijdelijk beroep worden gedaan op onafhankelijke deskundigheid extern, niet zijnde de externe of interne accountant van de stichting.
Artikel 5
De auditcommissie bepaalt of de voorzitter van het bestuur, de bestuurder verantwoordelijk voor de financiële zaken, de externe accountant en de interne controller bij haar vergaderingen aanwezig zijn.
Artikel 6
De auditcommissie overlegt zo vaak als zij dit noodzakelijk acht, doch ten minste éénmaal per jaar buiten aanwezigheid van het bestuur met de externe accountant. Ieder lid van de commissie kan de vergadering bijeen roepen. De voorzitter stelt de agenda vast. Bij diens afwezigheid fungeert, met inachtneming van artikel 2, een ander lid van de commissie als voorzitter.
Artikel 7
De raad van toezicht ontvangt van de commissie een verslag van de beraadslagingen en bevindingen.
Artikel 8
De commissie brengt aan de raad van toezicht na elk boekjaar verslag uit. Hierin wordt melding gemaakt van de samenstelling van de commissie, het aantal vergaderingen van de commissie, alsmede de belangrijkste onderwerpen die aan de orde zijn gekomen.
Artikel 9
Indien de commissie niet kan functioneren, is het in artikel 1 genoemde op de gehele raad van toezicht van toepassing.
Hellendoorn / Almelo, 10 augustus 2006