Reglement Remuneratiecommissie

(mede ontleend aan De Test: due diligence voor commissarissen, PwC januari 2005)

Artikel 1
De remuneratiecommissie functioneert onder verantwoordelijkheid van de raad van toezicht en heeft als taak om de raad van toezicht voorstellen te doen over het bezoldigingsbeleid van de raad van toezicht en het totale beloningpakket van individuele bestuurders, inclusief de prestatiecriteria voor de bepaling van de variabele beloning op basis van één van daartoe gekwalificeerde bezoldigingsmodellen.
Voor een interim-bestuurder kan de remuneratiecommissie een daarvan afwijkend voorstel doen dat in redelijke verhouding staat tot de zwaarte van de functie, de daarmee verbonden rechten en plichten, alsmede rekening houdt met hetgeen maatschappelijk aanvaardbaar is.

Artikel 2
In het voorstel over de bezoldiging van de individuele bestuurders ter vaststelling door de raad van toezicht, komen in ieder geval aan de orde:
A) De bezoldigingsstructuur
B) De hoogte van de bezoldiging
C) De toekenning van variabele bezoldigingscomponenten, alsmede de prestatiecriteria en de toepassing daarvan.
D) Pensioenrechten
E) Afvloeiingsregelingen
F) Overige vergoedingen en rechten al dan niet in natura

Artikel 3
De belanghebbende bestuurder krijgt een afschrift van het voorstel over diens bezoldiging. Voorafgaand aan de behandeling van het voorstel van de remuneratiecommissie door de raad van toezicht, wordt de bestuurder in de gelegenheid gesteld diens standpunt schriftelijk kenbaar te maken.

Artikel 4
De remuneratiecommissie bestaat uitsluitend uit leden van de raad van toezicht. De commissie bestaat uit tenminste 2 leden en beschikt over een plaatsvervangend lid.
Het voorzitterschap van de commissie wordt niet vervuld door de voorzitter van de raad van toezicht, noch door een voormalig bestuurder van de stichting of de daaraan gerelateerde rechtspersonen, noch een lid dat zelf bestuurder is bij een andere onderneming.

Artikel 5
De remuneratiecommissie bepaalt of de bestuurder bij haar vergadering aanwezig is.

Artikel 6
Indien nodig kan door de commissie beroep worden gedaan op onafhankelijke deskundigheid extern, niet zijnde de externe accountant van de stichting.

Artikel 7
Ieder lid van de commissie kan de vergadering bijeen roepen. De voorzitter stelt de agenda vast. Bij diens afwezigheid fungeert een ander lid van de commissie, met inachtneming van artikel 4, als voorzitter.

Artikel 8
De raad van toezicht ontvangt van de commissie een verslag van de beraadslagingen en bevindingen.

Artikel 9
Over de in artikel 1 genoemde onderwerpen stelt de commissie jaarlijks een remuneratierapport op. Hierin wordt melding gemaakt van de samenstelling van de commissie, het aantal vergaderingen en de belangrijkste onderwerpen die aan de orde zijn gekomen.

Artikel 10
Indien de commissie niet kan functioneren, is het in artikel 1 genoemde op de gehele raad van toezicht van toepassing.


Hellendoorn / Almelo, 10 augustus 2006

Deel of stuur door: