Reglement Raad van Toezicht

Onderwerp: overig

Hieronder leest u het reglement van de Raad van Toezicht van de Stichting ZorgAccent, vastgesteld in de vergadering van de Raad van Toezicht.

Wat staat er in het reglement van de Raad van Toezicht

1. Doel, reikwijdte en vaststelling reglement 
1.1 Door middel van dit reglement wordt nadere invulling gegeven aan de werkzaamheden, de werkwijze in het algemeen, de wijze van besluitvorming en verantwoording van de Raad van Toezicht (RvT). 
1.2 Dit reglement is opgesteld met in achtneming van de wettelijke bepalingen, de Governancecode Zorg 2017, alsmede de statutaire bepalingen van de stichting en beoogt hierop een aanvulling te zijn. Bij strijdigheid tussen dit reglement en de statuten, prevaleren de statuten. 
1.3 De RvT heeft dit reglement vastgesteld in zijn vergadering d.d. 18 mei 2018. Het reglement treedt in werking d.d. 18 mei 2018. 

2. Bevoegdheden en verantwoordelijkheden RvT 
2.1 De RvT heeft een visie op de wijze waarop hij het toezicht uitvoert, de toezichtvisie. De RvT vergewist zich ervan dat RvT en Raad van Bestuur (RvB) op basis van deze toezichtvisie kunnen samenwerken. De toezichtvisie is openbaar. 
2.2 De RvT toetst of de RvB bij zijn beleidsvorming en de uitvoering van zijn bestuurstaken oog houdt voor het belang van de organisatie van de stichting in relatie tot haar maatschappelijke doelstelling, namelijk het realiseren van goede zorg, waaronder wordt verstaan zorg van goede kwaliteit, die voldoet aan professionele standaarden en eigentijdse kwaliteits- en veiligheidseisen, de beschikbaarheid van de zorg en de betaalbaarheid daarvan. De behoeftes, wensen, ervaringen en het belang van cliënten in het algemeen staan centraal en zijn richtinggevend voor de te bieden zorg. 

Tevens toetst de RvT of de RvB daarbij een zorgvuldige en evenwichtige afweging heeft gemaakt van de belangen van allen die bij de stichting en de daarmee verbonden instellingen betrokken zijn. 
2.3 In het kader van zijn toezichthoudende functie rekent de RvT in ieder geval de volgende taken en bevoegdheden tot zijn verantwoordelijkheid: 
- het zorgdragen voor een goed functionerend bestuur door zich vooraf te vergewissen van de kwaliteit, integriteit en geschiktheid van een RvB; 
- de benoeming, vaststelling van de arbeidsvoorwaarden, beoordeling en zo nodig het ontslag en/of de schorsing van de RvB; 
- het opstellen van een beleid voor de vergoeding van onkosten van de RvB alsmede het aannemen van geschenken en uitnodigingen door de RvB alsmede het toezien op de openbaarmaking en de naleving van dit beleid en op de jaarlijkse openbare verantwoording over de uitvoering daarvan; 
- het zorg dragen voor een goed functionerend intern toezicht door benoeming, vaststelling van de honorering, (onafhankelijke externe) evaluatie, beoordeling en zo nodig schorsing en/of ontslag van (leden van) de RvT; 
- het bevorderen van een open aanspreekcultuur binnen de stichting waarbij de toezichthouders door hun eigen gedrag laten zien dat zij aanspreekbaar zijn en anderen durven aan te spreken; 
- het toezicht op het kwaliteits- en veiligheidsbeleid en de effecten daarvan op de zorg- en dienstverlening; 
- het toezicht op het beleid met de randvoorwaarden en waarborgen voor een adequate invloed van de belanghebbenden ten aanzien van de zorg- en dienstverlening; 
- het overeenkomstig de statuten al dan niet goedkeuren van belangrijke besluiten van de RvB; 
- het bewaken van de strategie en het houden van toezicht op de risico's die aan de activiteiten van de stichting en de daarmee verbonden instellingen verbonden zijn; 
- het toezicht op de financiële verslaglegging en de naleving van de geldende wet- en regelgeving. 

2.4 De RvT bespreekt regelmatig de strategie en de voornaamste risico's verbonden aan de activiteiten van de stichting en de daarmee verbonden instellingen. 
2.5 De RvT ziet er in het bijzonder op toe dat de uitvoering van het bestuursbeleid strookt met de vastgestelde en goedgekeurde beleidsplannen en beleidsuitgangspunten. De RvT hanteert daarbij onder andere de volgende ijkpunten: het financieel kompas, de managementletter van de externe accountant, het strategisch beleidsplan, het jaarplan, de kwartaalrapportage (financieel, zorginhoudelijk, kwaliteit en personeel), het jaardocument (inclusief de jaarrekening en het jaarverslag), reglement RvT, reglement RvB . 
2.6 Leden van de RvT verrichten nimmer taken die door de wet, statuten of reglementen aan de RvB zijn opgedragen. 

3. Werkgeverschap 
3.1.1 De RvT is verantwoordelijk voor een goed functionerende RvB . 
3.1.2 De RvT benoemt, schorst, ontslaat en verleent décharge aan de RvB . 
3.1.3 Lid van de RvB van de stichting kunnen niet zijn: personen die lid zijn van de RvT van de stichting of lid zijn van de RvB of de RvT van een andere rechtspersoon die binnen het verzorgingsgebied van de stichting geheel of gedeeltelijk dezelfde werkzaamheden als de stichting verricht, tenzij de andere rechtspersoon als groeps- of dochtermaatschappij of anderszins nauw verbonden is met de stichting. 
3.1.4 De RvT stelt de beloning, de contractduur, de rechtspositie en de andere arbeidsvoorwaarden van de RvB vast. 
3.1.5 De RvT stelt voor de benoeming van de RvB een profielschets op. Hij vergewist zich voorafgaand aan de benoeming van de RvB van het werkverleden van de betreffende kandidaat, diens integriteit, kwaliteit en geschiktheid voor de functie en of er belangentegenstellingen of nevenfuncties zijn die de kandidaat in het uitoefenen van zijn of haar functie kunnen belemmeren. 
3.1.6 De RvT stelt aan de hand van wettelijke, statutaire en reglementaire voorschriften een procedure op voor de openbare werving, selectie, voordracht en benoeming voor de RvB waarvoor een vacature bestaat. 
3.1.7 De RvT stelt een selectiecommissie in, die tot taak heeft de kandidaten te selecteren. De selectiecommissie draagt er zorg voor dat de door haar geselecteerde kandidaten kennismakingsgesprekken hebben met de RvB, de CCR en de OR. 

Na deze kennismakingsgesprekken doet de selectiecommissie een gemotiveerde voordracht aan de RvT. De RvT benoemt de RvB. 
3.1.8 Bij ontstentenis van de RvB wordt door de RvT zo spoedig mogelijk, met inachtneming van de Statuten, dit Reglement en het Reglement Raad van Bestuur, in een RvB voorzien. 

3.2 Samenstelling RvT 
3.2 Profiel RvT als geheel 
3.2.1 De RvT stelt een profielschets vast voor de RvT als geheel waarin ten minste bepalingen worden opgenomen over deskundigheden, vaardigheden en diversiteit. De RvT zorgt in het profiel en in zijn samenstelling voor diversiteit naar geslacht, maatschappelijke achtergrond, deskundigheid, leeftijd, regionale binding en rol in het team. De RvT gaat, ten minste op het moment dat een lid van de RvT al dan niet volgens rooster aftredend is dan wel bij gelegenheid van het anderszins ontstaan van een vacature in de RvT, na of deze algemene profielschets nog voldoet. De RvT gaat daarbij ook te rade bij de RvB. Zo nodig stelt de RvT de profielschets bij. 
3.2.2 De profielschets is openbaar en is voor een ieder opvraagbaar. 
3.2.3 Het profiel voor de RvT als geheel dient er toe te leiden dat de RvT zodanig is samengesteld dat: 
- er voldoende affiniteit met de zorg in het algemeen en de maatschappelijke doelstelling van de stichting in het bijzonder aanwezig is; 
- een brede maatschappelijke binding en een functioneel netwerk wordt bereikt;
- een spreiding van maatschappelijke achtergronden, deskundigheden, diversiteit naar geslacht, leeftijd, regionale binding en disciplines aanwezig is, waarbij onder meer gedacht wordt aan zorginhoudelijke, financieel-economische, sociale en bedrijfskundige achtergronden; 
- de leden van de RvT ten opzichte van elkaar en de RvB onafhankelijk en kritisch opereren; 
- adequaat wordt voorzien in de advies- en klankbordfunctie ten behoeve van de RvB. 

3.3 Profiel lid van de RvT 
3.3.1 De RvT stelt - zoals in artikel 3.2 aangegeven - een profielschets voor de RvT als geheel vast, waarin in het algemeen de kwaliteiten en eigenschappen die van een lid van de RvT worden verwacht, zijn opgenomen en vult deze per zetel aan met een specifieke detaillering naar achtergrond, discipline en deskundigheid. De RvT stelt de RvB, de Centrale Cliëntenraad (CCR) en de Ondernemingsraad (OR) in staat om over de (algemene en specifieke) profielschets voorafgaand advies uit te brengen. 
3.3.2 Van de leden van de RvT wordt verwacht dat zij zich blijven verdiepen in ontwikkelingen op het gebied van de gezondheidszorg in het algemeen en de zorgfunctie van de stichting in het bijzonder. 
3.3.3 Ten minste op het moment dat een zetel al dan niet volgens rooster vacant komt gaat de RvT na of de profielschets voor de betreffende zetel nog voldoet en nog past binnen de profielschets van de RvT. De RvT stelt de RvB, de CCR en de OR in de gelegenheid hierover advies uit te brengen. Zo nodig stelt de RvT de profielschets bij. 

3.4 De voorzitter 
3.4.1 De voorzitter van de RvT wordt door de RvT uit zijn midden benoemd. 

De voorzitter van de RvT wordt in functie benoemd. 

3.4.2 Van de voorzitter van de RvT worden specifieke eigenschappen en kwaliteiten verwacht. Zie hiervoor het document ‘Profiel RvT d.d. 18 mei 2018’. 
3.4.3 De voorzitter stelt in overleg met de RvB de agenda voor de vergaderingen van de RvT vast, leidt de vergaderingen van de RvT en is voor de RvB en eventueel andere betrokkenen het eerst aanspreekbare lid van de RvT. 
3.4.4 Indien de RvT naar buiten treedt, geschiedt dit in de regel bij monde van de voorzitter. 
3.4.5 Aandachtsgebieden 

De RvT kan desgewenst een onderlinge verdeling van aandachtsgebieden afspreken. De aandachtsgebieden zullen in de regel worden bepaald door de achtergrond, discipline en deskundigheid van de leden van de RvT. Een eventuele verdeling laat echter de verantwoordelijkheid voor het integrale toezicht door de RvT onverlet. 

3.5 Belangenverstrengeling 
3.5.1 Het functioneren van een lid van de RvT wordt gekenmerkt door integriteit en een onafhankelijke opstelling. 
3.5.2 Elke vorm van persoonlijke bevoordeling dan wel belangenverstrengeling van een lid van de RvT en de stichting wordt voorkomen en de schijn hiervan wordt vermeden. 
3.5.3 Een lid van de RvT meldt bij de voorzitter en de overige leden van de RvT terstond elke (potentiële) vorm en/of schijn van belangverstrengeling en verschaft daarover alle relevante informatie. 

De overige toezichthouders treden buiten aanwezigheid van het betrokken lid zo spoedig mogelijk in overleg over de vraag of er sprake is van belangenverstrengeling en eventueel de wijze waarop het tegenstrijdig belang kan worden voorkomen of beëindigd. 

Indien de RvT van oordeel is dat er sprake is van een incidentele onverenigbaarheid, waarvoor een tijdelijke oplossing mogelijk is, werkt het betreffende lid van de RvT mee aan deze tijdelijke oplossing. Die tijdelijke oplossing bestaat er in elk geval uit dat het betreffende lid van de RvT niet deel zal nemen aan de discussie en besluitvorming over een onderwerp of transactie waarbij (de schijn van) belangenverstrengeling zou kunnen optreden. 

Indien de RvT van oordeel is dat er sprake is van een structurele onverenigbaarheid, zal het betreffende lid van de RvT er voor zorgdragen dat de onverenigbaarheid wordt opgeheven dan wel zal hij aftreden. 

Indien de betreffende toezichthouder niet onverwijld maatregelen neemt om het tegenstrijdig belang op te heffen of uit eigener beweging aftreedt, zal de betreffende toezichthouder worden ontslagen door de RvT. 

3.5.4 Indien de voorzitter van de RvT een (potentieel) tegenstrijdig belang heeft, zal een ander lid van de RvT als voorzitter optreden tot het moment dat het tegenstrijdig belang is beëindigd dan wel, in het geval dat het tegenstrijdig belang tot aftreden van de voorzitter leidt, tot het moment van diens vervanging. 
3.5.5 De leden van de RvT geven in het jaarverslag inzicht in hun hoofd- en nevenfuncties. 

Leden van de RvT, alsmede in ieder geval hun echtgenoot, geregistreerd partner of andere levensgezel, pleegkinderen of bloed- of aanverwanten tot in de tweede graad, mogen niet middellijk en ook niet onmiddellijk, betrokken zijn bij leveringen, aannemingen of diensten ten behoeve van de Stichting behoudens ingeval van voorafgaande goedkeuring van de RvT. Zij mogen als schuldenaren en schuldeisers geen geldleningen met de Stichting aangaan. 

3.5.6 Onverminderd het bepaalde in artikel 3 lid 5.5 zal een transactie waarbij een lid van de RvT een tegenstrijdig belang heeft, uitsluitend mogen worden aangegaan onder in de branche gebruikelijke voorwaarden en behoeft dit de voorafgaande goedkeuring van de RvT. 

4. Benoeming en scholingsprogramma leden RvT 
4.1 De RvT stelt vast en maakt openbaar dat er een vacature is. 
4.2 Leden van de RvT worden op openbare wijze geworven. 
4.3 Vanuit de RvT is een selectie- en benoemingscommissie ingesteld. Deze commissie bereidt in overleg met de RvB de selectie van een lid van de RvT voor. 
4.4 De selectie- en benoemingscommissie selecteert een of meer benoembare kandidaten. De kandidaat/kandidaten wordt/worden uitgenodigd voor een gesprek met de RvT. 
4.5 Indien het gesprek naar tevredenheid van de gesprekspartners is verlopen, neemt de RvT in de eerstvolgende vergadering het voorgenomen besluit om de geselecteerde persoon te benoemen, bespreekt dit voornemen met de RvB en wint over het voorgenomen besluit het advies van de CCR en de OR in. 
4.6 De RvT benoemt de betreffende persoon tenzij van de CCR of OR een negatief advies wordt ontvangen. In dat geval overlegt de voorzitter met de RvB en de voorzitter van de CCR of OR over de beweegredenen voor het negatieve advies en legt de RvT een voorstel voor ten aanzien van het alsdan te nemen besluit. Het hierop door de RvT genomen besluit wordt gemotiveerd medegedeeld aan de RvB en de CCR of OR. 

5. Einde lidmaatschap 
5.1 Rooster van aftreden 
5.1.1 De RvT stelt een rooster van aftreden vast. 
5.1.2 Het rooster van aftreden wordt zodanig ingericht dat de continuïteit in de samenstelling van de RvT gewaarborgd is.
5.1.3 Een volgens rooster aftredend lid is ingevolge de statuten éénmaal herbenoembaar voor een periode van vier jaar. Bij een herbenoeming beraadt de RvT zich tijdig op het profiel voor de desbetreffende zetel en wordt opnieuw zorgvuldig afgewogen of de toezichthouder voldoende is toegerust voor de toezichtsopgaven voor de komende jaren. 
5.1.4 Een lid van de RvT treedt volgens rooster, doch uiterlijk vier jaar na zijn (her)benoeming, af. Een in een tussentijdse vacature benoemd lid van de RvT neemt in het rooster van aftreden de plaats in van degene in wiens vacature hij werd benoemd, tenzij de RvT expliciet anders besluit. 

5.2 Aftreden, schorsing en ontslag 
5.2.1 Een lid van de RvT treedt eigener beweging af indien een of meerdere statutaire gronden voor ontslag aanwezig zijn. 
5.2.2 Indien de RvT van oordeel is dat een van de statutaire schorsings- of ontslaggronden aanwezig is en het betreffende lid van de RvT niet eigener beweging aftreedt dan wel tijdelijk terugtreedt, neemt de RvT een besluit tot ontslag of schorsing overeenkomstig het bepaalde in de statuten. 
5.2.3 Over een eventueel naar buiten treden over de schorsing of het ontslag zullen tevoren door de RvT, het betreffende lid van de RvT en de RvB een gedragslijn worden overeengekomen. Bij verschil van mening hierover besluit de RvT. 

6. Werkwijze en besluitvorming RvT 

6.1 Besluitvorming 
1. De RvT benoemt uit zijn midden een voorzitter en een vicevoorzitter en stelt al of niet uit zijn midden een secretaris aan. 
2. Behoudens het in de statuten bepaalde, besluit de RvT met gewone meerderheid van de uitgebrachte stemmen. 
3. Blanco stemmen worden geacht niet te zijn uitgebracht. 
4. In alle geschillen omtrent stemmingen welke niet in de statuten zijn voorzien, beslist de voorzitter. 
5. Zolang in een vergadering van de RvT alle in functie zijnde leden aanwezig of vertegenwoordigd zijn, kunnen geldige besluiten worden genomen over alle aan de orde komende onderwerpen, mits met algemene stemmen, ook al zijn de in de statuten opgenomen voorschriften voor het oproepen en houden van vergaderingen niet in acht genomen. 
6. De RvT kan alleen dan geldige besluiten nemen indien de meerderheid van de leden van de RvT aanwezig of vertegenwoordigd is. 

6.2 Vergaderingen 
1. De RvT vergadert tenminste zes keer per kalenderjaar en voorts zo dikwijls de voorzitter, drie leden of de RvB het nodig achten.  
2. De besluitvorming van de RvT vindt behoudens in bijzondere gevallen plaats tijdens de vergaderingen van de RvT, die worden geconvoceerd overeenkomstig het bepaalde in de statuten. De RvT kan ook buiten vergadering besluiten nemen. Op deze wijze genomen besluiten worden bij de eerstvolgende vergadering aan de notulen gehecht. 
3. Toegang tot de vergadering hebben: 
  a. de leden van de RvT; 
  b. de RvB, tenzij de RvT aangeeft zonder de RvB te willen vergaderen, in welk geval de voorzitter de RvB na afloop van de vergadering in grote lijnen op de hoogte zal stellen van het besprokene, met in acht neming van hetgeen vertrouwelijk is besproken; 
  c. andere personen, mits de meerderheid van de aanwezige leden van de RvT hiermee instemt. 
4. In de regel bereidt de voorzitter van de RvT in overleg met de RvB de vergaderingen van de RvT voor. Besluiten van de RvB, die ingevolge de statuten of anderszins de goedkeuring van de RvT behoeven, worden schriftelijk en met redenen omkleed geagendeerd. 

6.3 Secretariaat 
De voorzitter van de RvT draagt er zorg voor dat op adequate wijze wordt voorzien in het secretariaat van de RvT waaronder tevens de archivering van de bescheiden van de RvT. Het archief van de RvT is te allen tijde toegankelijk voor de leden van de RvT. 

7. Informatievoorziening 
7.1 De RvT bepaalt zijn eigen agenda en de daarvoor noodzakelijke informatie. De RvT en zijn leden afzonderlijk hebben een eigen verantwoordelijkheid voor de eigen informatievoorziening. 
7.2 De RvT en de afzonderlijke leden van de RvT hebben een eigen verantwoordelijkheid om van de RvB en de externe accountant alle informatie te verlangen die de RvT nodig heeft om zijn taken goed te kunnen vervullen. Indien de RvT dit geboden acht, kan hij informatie inwinnen bij functionarissen, organen en (externe) adviseurs van de stichting. 
7.3 De RvB verschaft de RvT tijdig alle informatie die nodig is voor een goede uitoefening van de functie van de RvT. De RvB en de RvT hebben nadere afspraken gemaakt over de informatievoorziening in het document Afspraken over het informatieprotocol van de Raad van Bestuur aan de Raad van Toezicht van ZorgAccent d.d. 28 november 2017. 

8. Intern en extern overleg en optreden van de RvT 
8.1 Een delegatie van de RvT is minstens tweemaal per jaar aanwezig bij een vergadering van de RvB met de OR en bij een vergadering van de RvB met de CCR. 
8.2 De RvT en de RvB kunnen afspraken maken over het bijwonen door de RvT van een vergadering tussen de RvB en andere interne organen van de stichting. 
8.3 De RvT kan met kennisgeving vooraf aan de RvB ook buiten aanwezigheid van de RvB contact hebben met de CCR of OR of andere organen van de stichting indien dat wenselijk is voor de uitoefening van de toezichtfunctie of voor zover deze behoefte door de betreffende organen kenbaar is gemaakt. 
8.4 Wanneer de RvT of individuele leden van de RvT benaderd worden door externe relaties of door personen werkzaam in de stichting over aangelegenheden betrekking hebbend op dan wel verband houdend met de stichting of personen daarin werkzaam dan verwijst (het lid van) de RvT in de regel naar de RvB. Individuele leden van de RvT informeren hierover de voorzitter van de RvT. Op het voorgaande wordt een uitzondering gemaakt wanneer daar een gegronde reden voor is. Hierover wordt vooraf overleg gepleegd met de RvB of wanneer dit naar het oordeel van de RvT minder wenselijk is wordt de RvB achteraf geïnformeerd. 

9. Commissies 
9.1 De RvT kan uit zijn midden commissies instellen, waaronder een auditcommissie, een commissie kwaliteit en veiligheid, een remuneratiecommissie en een selectie- en benoemingscommissie die onder volledige verantwoordelijkheid van de RvT de besluitvorming van de RvT voorbereiden en advies uitbrengen aan de RvT. 
9.2 De samenstelling, specifieke taken, bevoegdheden en werkwijze van iedere commissie kunnen nader worden geregeld in afzonderlijke reglementen die door de RvT worden vastgesteld. 

10. Evaluatie en permanente ontwikkeling 
10.1 RvT 
1. De RvT evalueert zijn functioneren eenmaal per jaar buiten de aanwezigheid van de RvB en zorgt voor vastlegging van de uitkomsten daarvan. Onderdeel van deze evaluatie is de samenwerking van de RvT met de RvB. De RvT stelt zich van te voren op de hoogte van de visie van de RvB op het functioneren van de RvT en informeert de RvB over de uitkomsten van de evaluatie. 
2. Ten minste eenmaal per drie jaar wordt deze evaluatie door een onafhankelijke externe deskundige begeleid. 
3. De RvT werkt permanent aan zijn eigen ontwikkeling als team en aan de ontwikkeling van de afzonderlijke leden. Daartoe is een scholings- en ontwikkelingsprogramma opgesteld dat wordt uitgevoerd voor zowel de RvT als collectief als voor de afzonderlijke leden. 
4. De RvT zorgt voor een adequaat introductieprogramma voor nieuwe leden en kennisoverdracht van vertrekkende leden. 
5. Het scholings- en ontwikkelingsprogramma voor de RvT en zijn leden en het introductieprogramma voor nieuwe leden worden door de zorgorganisatie gefinancierd en gefaciliteerd. 

10.2 Evaluatie functioneren RvB 
1. De voorzitter en de vicevoorzitter of een ander lid van de RvT voeren jaarlijks een functioneringsgesprek met de RvB over diens functioneren. 
2. In dit gesprek worden onder meer de uit de evaluatie van de RvT voortkomende aandachtspunten, de persoonlijke ontwikkeling van de RvB, de vraag of de RvB en de organisatie nog bij elkaar passen en de samenwerking met het management en de CCR en de OR betrokken. 
3. Bij de voorbereiding op dit gesprek maakt de RvT gebruik van meerdere (interne en externe) bronnen. Van de inhoud van deze functioneringsgesprekken worden de overige leden van de RvT geïnformeerd en wordt een verslag opgesteld. 

10.3 Evaluatie externe accountant 
10.3.1 De externe accountant verricht naast zijn controlewerkzaamheden geen andere (advies)werkzaamheden voor de stichting die een risico vormen voor zijn onafhankelijke positie. Indien in het te controleren boekjaar wel andere (advies)werkzaamheden zijn verricht, wordt hiervan in het jaarverslag melding gemaakt. 
10.3.2 De RvT evalueert regelmatig het functioneren van de externe accountant, en wint daartoe advies in bij de RvB. 
10.3.3 De RvT zorgt voor een periodieke wisseling van de persoon van de externe accountant binnen een termijn van maximaal zeven jaar, zonder dat daarmee ook noodzakelijkerwijs van accountantskantoor behoeft te worden gewisseld. 

11. De conflictregeling 
11.1 Zodra de RvB of de RvT vaststelt dat er tussen hen sprake is van een conflict over beleidsmatige of bestuurlijke aangelegenheden, niet zijnde een arbeidsconflict, zullen zij zich inspannen om in goed overleg binnen twee maanden tot een oplossing te komen. De RvB of de RvT omschrijft de kern van het conflict alsmede de oplossingsrichtingen waarover de andere partij een oordeel geeft. 
11.2 Indien de RvB en de RvT onderling niet tot overeenstemming over de oplossing van het conflict komen, dan zal het conflict worden opgelost door middel van mediation. 
11.3 De RvB en de RvT blijven in overeenstemming met hun wettelijke en statutaire taak- en bevoegdheidsverdeling volledig verantwoordelijk voor een zorgvuldige oplossing van hun onderlinge conflicten. 

12. Honorering en onkostenvergoeding 
12.1 De honorering van de voorzitter en de leden van de RvT wordt jaarlijks vastgesteld door de RvT binnen de wettelijke kaders zoals vastgelegd in de Wet Normering Topinkomens. Aan leden van de RvT worden geen aandelen en/of rechten op aandelen van ZorgAccent toegekend. De honorering wordt vermeld in de jaarrekening. 
12.2 De stichting zal de door de voorzitter en de leden van de RvT ten behoeve van de stichting gemaakte kosten aan hen vergoeden. 

13. Verantwoording 
13.1 De RvT legt extern verantwoording af over zijn functioneren door verslag te doen van zijn werkzaamheden in het jaarverslag van de stichting en (verkort) op de website. 

14. Wijziging reglement 
14.1 Dit reglement kan worden gewijzigd door een besluit van de RvT. Over een wijziging wordt tevoren het advies van de RvB ingewonnen. 

15. Slotbepaling 
15.1 In alle gevallen waarin dit reglement niet voorziet, besluit de RvT, na overleg met de RvB, met inachtneming van de wettelijke bepalingen en de statuten. 

 

B.J.N. Schreuder 

voorzitter Raad van Toezicht ZorgAccent Almelo, 18 mei 2018 

Evaluatiedatum: uiterlijk 1 juli 2022 

Lees minder Lees meer
Deel of stuur door: