Zoeken
Lees voor

‘Oude bomen niet verplanten? Kan best hoor. Kijk naar maar mij!’

We volgen de heer Rieks Davenschot in z’n 100ste levensjaar

Zijn lange leven ging echt niet altijd over rozen, toch bekijkt de heer Davenschot de wereld meestal van de zonnige kant. Hij woont tijdelijk in locatie De Hagenborgh in Almelo, met zicht op de hoofdingang van het Theaterhotel. ‘Een mooie plek hoor. Hier is altijd wat te beleven. Maar ik ben ook blij dat ik straks weer naar De Hofkamp ga. ZorgAccent bouwt dat complex nu helemaal nieuw weer op.’ Om het spreekwoord; ‘oude bomen moet men niet verplanten’, begint Rieks te lachen. ‘Ach quatsch! Ik kijk juist uit naar de verhuizing! Mooie nieuwe kamer en alles fijn voor mekaar. Verandering van spijs doet eten, moet je weten.’

Gymnastiek houd je fit
Rieks Davenschot woonde sinds 2016 in De Hofkamp. ‘Ik heb een paar keer een TIA gehad, mijn zicht is slecht en deze week is er nog een echo gemaakt van m’n buik en de prostaat. Maar verder is d’r niks met me aan de hand hoor’, wuift hij z’n ongemakken weg. ‘Ik vermaak me goed. Elke dag begin ik met ochtendgymnastiek voor de armen en de beentjes en daarna doe ik hersengymnastiek.’ Rieks wijst naar een grote, verlichte loep boven een tafeltje in de hoek van zijn kamer. ‘Dat is mijn ‘puzzelautomaat’. Elke dag werk ik even aan een woordzoeker. Hartstikke leuk om te doen en het is gezond zeggen de zusters hier. Dus tja, dan doe ik dat braaf.’

Rijles voor de kleinkinderen
Rieks Davenschot roert nog eens door de koffie. Opeens rinkelt z’n mobiele telefoon. ‘Ho, even opnemen hoor. Dat kan m’n kleinzoon Rien zijn. Hij moest afrijden vandaag.’ Dan is er blijdschap: ‘Oh wat fijn, wat fijn jongen! Kom je me gauw een keer ophalen? Dag lieverd.’ Met zijn vrouw Henny, kreeg Rieks Davenschot één dochter. ‘Ze woont hier in Almelo, is 76 jaar en we hebben fijn contact.’ Dochter Geesje en haar man kregen een zoon én een dochter. ‘Inmiddels heb ik ook al zes achterkleinkinderen, maar voor het gemak noem ik ze allemaal: mijn kleinkinderen. Voor hen betaal ik met plezier de rijlessen. Daar heb ik voor gespaard. Zelf vind ik het mooi om dat te geven en zij zijn er blij mee. En’… lacht Davenschot ondeugend. ‘Ik ga er graag op uit. Zo komt er nog eens eentje bij me langs voor een ritje door de omgeving.’