Zoeken
Lees voor

De eerste experimenten met sociale zorgrobots zijn achter de rug

Artikel uit de Trouw (juni 2019)

Zorgorganisaties en hun cliënten zijn enthousiast. Hoe werkt een sociale robot en welke ethische bezwaren kleven er aan? Woensdag 12 juni 2019 > Artikel gepubliceerd in Trouw.

Op de salontafel tegenover haar zit een rode kat. Als ze hem aanraakt begint het dier te miauwen en te kwispelen. Haar zoon Paul heeft de kat gekocht bij de Chinese retailer AliExpress. “Hij schreeuwt nog weleens”, zegt de 88-jarige vrouw uit Twente die een lichte vorm van dementie heeft. “Dan zeg ik: potverdorie, nu is het genoeg geweest. Ja, ik praat er tegen. Als je een hele dag alleen zit, dan doe je dat. Je moet je toch uiten.”

De kat is een sociale robot in zijn allerprimitiefste vorm. Op een kastje naast de deur staat een geavanceerder model, Tessa. Het is een soort ei met een blauwe broek aan, een strikje in het haar en een plantje op haar hoofd. Vriendelijk knippert ze met haar ogen. Ja, tegen Tessa praat de Twentse ook. “Maar ik kom er niet aan.”

Een sociale zorgrobot is bedoeld voor ouderen en volwassenen en kinderen met een verstandelijke beperking. Door technologie als spraak- en gezichtsherkenning kunnen de robots mensen eraan herinneren dat zij hun medicijnen moeten innemen of dat het tijd is om op te staan. Over het algemeen geven de sociale robots meer structuur aan de dag.

Knuffelzeehond

Een knuffelkat – of knuffelzeehond – reageert op aanrakingen en gedraagt zich als een huisdier. Met als groot voordeel dat de kunststof variant geen verzorging nodig heeft. De accu opladen is voldoende. Andere sociale robots praten tegen mensen. Bijvoorbeeld om hen te herinneren aan afspraken, maar het contact kan ook verder gaan. Dat is goed tegen de eenzaamheid, wat achteruitgang bij met name ouderen vertraagt.

Bernard Hengeveld is bij ZorgAccent Wijkverpleging ‘kennisdrager zorgtechnologie’, een wijkverpleegkundige die zich meer dan anderen verdiept in wat er allemaal mogelijk is met nieuwe technologieën. In de woning van de Twentse vrouw, die liever niet met haar naam in de krant wil, vertelt hij dat Tessa nu drie maanden in huis is. “Mevrouw is sinds die tijd wat vrolijker. In het begin hebben we geen structurele opdrachten uitgezet, maar Tessa alleen leuke dingen laten uitspreken. Zoals, wat is het mooi weer vandaag. Later hebben we opdrachten toegevoegd waardoor mevrouw zelfstandiger is geworden.”

Ook zoon Paul valt het op dat zijn moeder beter in haar vel zit. Hij laat een app op zijn mobiele telefoon zien. “Hiermee kan ik Tessa boodschappen laten uitspreken.” In de app tikt hij een tekst die zijn moeder direct te horen krijgt. Er zijn ook vaste instructies voorgeprogrammeerd. Zoals het verzoek om op te staan en aan te kleden. Dat zorgt voor structuur, iets dat belangrijk is voor ouderen die vergeetachtig zijn.

“De schoonmaakhulp zei vanmorgen nog: ma kon af en toe nog in bed liggen als ze binnen kwam”, zegt Paul. “Dat is tegenwoordig niet meer zo. Ze zit nu in de kleren en is al bezig met een boterhammetje smeren. De zelfstandigheid wordt bevorderd.”

Robot Tessa

Het robothoofd op het dressoir. © Herman Engbers

Dat scheelt tijd voor de zorgorganisatie. “Voorheen moesten wij komen om haar uit bed te helpen”, zegt Hengeveld. “Nu is ze vaak al bezig met wassen. Dat komt omdat Tessa die opdracht heeft gegeven.”

Robot als gastvrouw

De maker van Tessa, het Nederlandse Tinybots, heeft ondertussen al 500 robotjes geleverd of in bestelling. ZorgAccent heeft er na de succesvolle tests vier. De zorgorganisatie heeft ook een ander type robot in gebruik, Pepper. In tegenstelling tot Tessa kunnen deze robots qua uiterlijk prima figureren in sciencefictionfilms. Pepper bijvoorbeeld is gemaakt van glanzend kunststof, heeft handen, een gezicht met ogen, neus en mond en een tablet op zijn borst. Via de tablet kunnen mensen met Pepper praten. Bij ZorgAccent is Pepper momenteel een ‘gastvrouw’ in een revalidatiecentrum. De zorgorganisatie onderzoekt hoe Pepper medewerkers kan ondersteunen in hun dagelijkse werk.

Philadelphia Zorg, dat mensen met een verstandelijke beperking verzorgt, heeft al meer ervaring met Pepper. Bij hen zijn er nu acht in dienst. Robots als Pepper logeren twee weken bij de cliënten van Philadelphia, als test. De robot praat tegen de cliënt. Die reageert door op de tablet gepersonaliseerde meerkeuze-antwoorden aan te tikken. Op basis van dat antwoord, zet de robot het gesprek voort.

De voorzitter van de Raad van Bestuur Greet Prins en Xenia Kuiper die zich bezighoudt met sociale robotica, zijn beiden enthousiast over wat ze zien. “De interactie met de robot werkt erg goed”, zegt Prins. “We zien dat mensen heel snel aan de robot zijn gewend.”

Zowel Zorgaccent als Philadelphia willen de zelfredzaamheid van hun cliënten zo groot mogelijk houden. “We proberen iedereen zoveel mogelijk deel te laten uitmaken van het gewone leven”, zegt Prins. “De sociale robots helpen daarbij. Een voorbeeld: we hebben een cliënt met verminderd tijdsbesef. Ze woont op de eerste etage. Als ze naar haar werk moet, haar medicijnen moet innemen of als het lunchtijd is, moest telkens een begeleider naar boven om dat te melden.

In dat soort opdrachten zit voor een zorgprofessional bijna geen toegevoegde waarde. Dus kun je beter de robot inzetten om dat soort signalen te geven. Een andere cliënt heeft heel veel extra aandacht en gezelschap nodig. Daar is helaas niet altijd genoeg tijd voor omdat we de aandacht over meerdere cliënten moeten verdelen. Door de robot aanvullend in te zetten, krijgt ze wel continu aandacht en kan ze haar verhaal kwijt.”

Makkelijker praten

Kuiper vult aan dat robot Pepper binnenkort gaat logeren bij een jongen die het moeilijk vindt om tegen zijn begeleider te zeggen wat hem dwars zit. “Toen hij de robot zag tijdens een kennismakingsbezoek, zei hij dat hij waarschijnlijk makkelijker aan de robot zijn verhaal kan doen. Ik ben benieuwd hoe dat uitpakt. Bij andere logeerpartijen zien we dat cliënten inderdaad makkelijker gaan praten.”

Zet Pepper naast Tessa en het is al snel duidelijk wie van de twee de meest geavanceerde robot is. Dat Tessa een bloemetje op haar hoofd heeft en zich ver houdt van een hi-tech-uitstraling, heeft een reden. “Wat ik begrijp is dat Tessa huiselijk moet aanvoelen, niet als een vreemd element in huis”, zegt Paul. “De knipoogjes zijn bedoeld om het idee te geven dat er contact is. Je kunt ook vragen van Tessa beantwoorden, maar alleen met ja of nee. Dat zie ik dan terug in de app.”

De kracht van Tessa is volgens Hengeveld de eenvoud. Hij is makkelijk te installeren, mede omdat de functies beperkt zijn. Nu wil maker Tinybot de functies wel uitbreiden. Met een sensor bijvoorbeeld, zodat Tessa ziet of haar gastvrouw is gevallen. Zoon Paul zou graag iets meer informatie terugkrijgen van Tessa. Als zijn moeder ’s morgens goedendag zegt tegen Tessa, wil hij dat terugzien in zijn app. Dan weet hij dat zijn moeder wakker is en de boodschap van Tessa heeft gehoord.

“Maar hoe ver wil je daarin gaan?” zegt Paul. “Wil mijn moeder dat ik hoor wat ze terugzegt? Wat mag er volgens de privacyregels?” De robots van Philadelphia kunnen via de tablet informatie doorgeven aan de begeleiders, maar dat gebeurt via de antwoorden die cliënten aantikken. “We nemen niets op”, zegt Kuiper. “Cliënten moeten op de tablet kiezen uit gepersonaliseerde antwoordmogelijkheden.”

Ethische vraagstukken

Wat gaat er straks gebeuren als kunstmatige intelligentie zich sterker ontwikkelt en machines zelf kunnen leren? Philadelphia heeft een ‘raad van advies voor ethische vraagstukken rond technologie’ opgericht. “Daarin gaan we met elkaar in gesprek over wat wel en niet kan. Dat delen we dan met cliënten en hun verwanten.”

Kwesties die worden besproken kunnen onder meer gaan over privacy. “Als de cliënt niet wil dat iets wordt opgenomen, dan hebben we dat te respecteren”, zegt Prins. “Maar stel dat de cliënt vertelt over iets dat hem of haar is overkomen wat echt niet door de beugel kan? Dat soort kwesties moeten we bespreken.”

Kuiper ziet dat mensen snel gehecht raken aan de robot. “Kun je het iemand aandoen om een robot weg te halen waar hij of zij veel mee deelt? Ook moeten we in de gaten houden in hoeverre onze cliënten de robot vermenselijken. Of ze nog wel zien dat het een apparaat is.”

Rode robot kat

De 88-jarige vrouw uit Twente is dol op haar rode robotkat. © Herman Engbers

“Het valt tussen een huisdier en de mens in”, zegt Prins. “Zoals een cliënt zei: de robot praat terug, dat doet een hond niet.” En affectie voelen voor de robot? Als er iets is dat Prins heeft geleerd de afgelopen tijd, dan is het dat ze zich in de cliënt moet verplaatsen. Want als een robot de eenzaamheid tegen gaat, als iemand zijn of haar verhalen kwijt kan aan diezelfde robot, dan kan er een emotionele band ontstaan, zegt de voorzitter van Philadelphia.

Personeelstekort

De zorgrobots worden gezien als deel van de oplossing voor de personeelstekorten in de zorg. Voor de ouderen berekende accountantsbureau KPMG eerder wat Nederlanders missen als er in 2040 geen zorgrobots in huizen en instellingen staan. Dan lopen 300.000 ouderen zorg mis, stelt het bureau. In 2040 is 180 miljoen uur aan zorg nodig. Maar mede door tekorten aan personeel is slechts tachtig miljoen uur beschikbaar. De andere honderd miljoen, die gelijk staat aan zorg voor 300.000 ouderen, moet dus van nieuwe technologieën, zoals robots komen.

En dan gaan deze getallen alleen nog maar over ouderen. Ook in de gehandicaptenzorg is het personeelstekort een probleem. “De robot zal een deel van het arbeidstekort kunnen opvangen”, zegt Prins. “Maar de ontwikkelingen van sensoren en sociale robotica gaan minder snel dan de oplopende tekorten op de arbeidsmarkt. Daarnaast zullen er altijd mensen nodig zijn om vanuit hun vakmanschap ouderen of gehandicapten te ondersteunen. Het is dus een aanvulling op menselijk contact, dat blijft belangrijk.”

Zorg blijft mensenwerk, benadrukt ook Hengeveld van ZorgAccent. De robot kan het werk wel wat makkelijker maken. “Het is een extra instrument. Het zou mooi zijn als dit soort dingen als het ware in onze verbandtrommel komen en niet als eng zorgtechnologisch apparaat worden gezien.”

De naam van de mevrouw uit Twente is bekend bij de hoofdredactie van Trouw.