Zoeken
Lees voor

Thuisbegeleiding is de stabiele factor waarop we draaien

Artikel / Boek

Cliënt: Geke Kleinjan, thuisbegeleider: Gonda Kamphuis, interview door Ellen te Riele

Thuisbegeleiding maakt zelfstandig wonen mogelijk voor gezin met daarin verstandelijke- en lichamelijke handicaps.

Zelf heeft ze vooral lichamelijke handicaps. Geke werd 47 jaar geleden geboren met een waterhoofdje, haar rechter arm is kleiner gebleven en één hand is verlamd. ‘Ik gebruik die arm als een soort van hefboom; wel een sterke maar niet zo’n soepele. Ook mijn rechterbeen doet niet helemaal goed mee. Er zit een slag in en hij slingert een beetje tijdens het lopen.’

De man van Geke heet Mannes en is 52 jaar. Hij heeft een verstandelijke beperking en is productiemedewerker bij Larcom, sociale werkvoorziening in Ommen. ‘Mannes maakt betonnen poeren en tegels. Het is zwaar werk, maar hij doet het graag.’ Al meer dan 24 jaar wonen Geke en Mannus in hun twee-onder-een kapper aan de Roggestraat in Den Ham. Samen hebben ze drie kinderen die tot de puberleeftijd van de oudste, thuis woonden. Daarna zijn ze opgegroeid in pleeggezinnen. Inmiddels woont hun zoon Eric (23) op zichzelf met begeleiding. Dat geldt ook voor dochter Dianne (21). De jongste dochter, Henriëtte (18), mag bij haar pleegouders blijven wonen tot ze klaar is met haar opleiding Sport en Beweging aan het ROC. Ondanks hun turbulente leven samen, en bepaald geen gemiddelde huishouding, lukt het Geke en Mannes om met hulp van thuisbegeleiding, zelfstandig te wonen. En daar zijn ze trots op, net als Gonda Kamphuis, de thuisbegeleider die al ruim acht jaar als ‘stabiele factor’, een paar uur per week bij dit gezin over de vloer komt.

Begeleiding op maat
‘We gebruiken deze ingang niet zo vaak, dus ik moet even wat opzij schuiven hoor’, roept Geke Kleinjan vanachter de voordeur. In de keuken wacht thuisbegeleider Gonda mij op. ‘Zin in koffie of thee?’ Geke is al onderweg naar de keuken om het haar gast naar de zin te maken. In de woonkamer heeft ze de lock- en naaimachine even op de grond gezet zodat er ruimte is om gezellig aan tafel te zitten. ‘Ja ik ben best wel creatief’, verklaart Geke. ‘Kijk, de jurk die ik draag, heb ik ook zelf gemaakt.’ Ze knutselt graag, maakt kleding en breit. Al houdt ze dat laatste niet erg lang vol omdat dit te vermoeiend is voor haar rechter arm. ‘Huishoudelijk werk kan ik niet zo goed, maar vind ik ook écht niet leuk.’ Thuisbegeleider Gonda Kamphuis knikt en glimlacht naar Geke. ‘Ik herinner me de dag nog goed toen ik hier voor het eerst kwam. Opruimen en schoonmaken was de grootste uitdaging. Alles stond volgepakt met spullen, kleding en afwas. Met alle respect, maar er was in de jaren daarvoor wel het een en ander blijven liggen.’ Dat is Geke met haar eens.

‘Ik ben niet de makkelijkste. Voordat Gonda bij ons kwam, had ik al een paar dames de deur uit gebonsjoerd. Prima als ze je komen helpen, maar ze moeten mij wel in m’n waarde laten! Dat is alles wat ik vraag. Met Gonda had ik meteen een klik. Zij is verreweg de beste tot nu toe. Als zij me ergens op wijst, kan ik het van haar hebben.’ Om Geke te helpen met het bijhouden van haar huishouding, stelde Gonda voor om met een schema te gaan werken. ‘Dat schept overzicht. Door af te vinken, weet je wat er wanneer gedaan is, en wat nog moet. Mannes, die ook taken heeft in de huishouding, vindt zo’n schema prettig. Geke daarentegen helemaal niet. ‘Als ik alleen ben, maak ik gewoon niets schoon. Dan doe ik andere dingen. Maar samen met Gonda pak ik wel klussen op.’

Moeilijke tijden
Nog altijd zit het Geke erg hoog dat haar kinderen uit huis geplaatst zijn. ‘Vooral de manier waarop, maakt me boos en heeft me erg veel pijn gedaan. We hadden al begeleiding in onze huishouding, toen op een middag iemand van jeugdzorg meekwam. Na een poosje gesproken te hebben, stond ik op om de kinderen van school te gaan halen. Maar dat hoefde niet, zei de man van jeugdzorg. Zij hadden dat al gedaan! Ik hoefde alleen nog maar een tas in te pakken voor de kinderen met wat kleding. Verder was alles al geregeld. Elk kind kwam in een ander gezin en wij hadden er niets meer over te zeggen!’ Na al die jaren raakt Geke nog steeds geëmotioneerd als ze erover vertelt. ‘Zo van de ene op de andere dag werden onze kinderen weggehaald. En waarom? Ze dachten dat wij de pubertijd van de kinderen, waar de oudste toen bijna inzat, niet aan zouden kunnen.’ De omgeving waarin de kinderen opgroeiden werd als ‘onveilig’ beoordeeld. Al met al een hele moeilijke tijd waaraan Geke bijna onderdoor ging.

‘Ik zocht mijn heil in de drank. Ruim zes jaar ben ik verslaafd geweest, waarin de situatie de laatste jaren regelmatig escaleerde. Dat betekende opname om van mijn verslaving af te komen. Eerst bij Tactus in Enschede en later nog twee keer in Almelo. Inmiddels sta ik al weer drie jaar droog. Voor de gezelligheid drink ik soms nog een maltbiertje 0,0%, maar omdat ik diabetes heb, bouw ik dat ook af.’

Thuisbegeleider met meerdere petten
Geke gaat twee dagen per week naar zorgboerderij de Koningshoeve in Vriezenveen. ‘Het is een fijne vorm van dagbesteding. Ik ben gastvrouw en zorg dat iedereen koffie en thee krijgt met alles wat daarbij hoort.’ Gonda vertelt dat ze meegaat op momenten dat er een evaluatiegesprek ingepland is bij de zorgboerderij. ‘Een tijd lang ging het wat minder goed met Geke en kwam ze haar afspraken niet na. Nu dit opgelost is, gaat ze weer met plezier naar de Koningshoeve. Een andere klus die Gonda en Geke wekelijks samen doen is bespreking van het kasboek. ‘Ik sta onder vrijwillige bewindvoering’ vertelt Geke. ‘En net als in elke huishouding, lukt het de ene week iets beter om netjes binnen de begroting te blijven, dan de andere week.’ In de tijd dat Gonda bij de familie Kleinjan is, heeft ze allerlei petten op. ‘Je bent ook nog onze relatietherapeut geweest’, lacht Geke. ‘Oh ja, dat klopt’, herinnert Gonda. ‘Het ging een tijd lang echt niet goed tussen deze twee. Er was geen overleg meer en Mannes en Geke hadden nauwelijks nog aandacht voor elkaar. Een verdrietige situatie want jullie kunnen soms niet met elkaar, maar zeker ook niet zonder elkaar. Nu gaat het gelukkig weer heel goed tussen jullie.’ Vanmorgen is Gonda mee geweest naar een podoloog in het ziekenhuis. ‘De ‘voetenpoli’ voor mijn problematische voet’, zegt Geke. ‘Tja, twee horen meer dan één’, verklaart Gonda. ‘Dit zijn belangrijke gesprekken, en de adviezen van de dokter moet je goed opvolgen.’ Geke heeft een mooie kalender van ZorgAccent in de hand. ‘Daar sjouw ik de hele dag mee rond. Sinds mijn verslaving ben ik wel wat vergeetachtiger geworden namelijk. En oh’, wijst ze, ‘je gaat ook mee naar gesprekken bij de gemeente, als het gaat over de indicatiestelling.’ Naast de huishoudelijke hulp die ze krijgen, is Gonda elke week 2,5 uur bij de familie Kleinjan voor thuisbegeleiding. ‘En dat is voor nu voldoende. In die tijd ben ik er vooral voor Geke. Heeft Mannes vragen voor mij, dan zorg ik dat ik om half 5 bij de familie Kleinjan ben. Mannes komt rond die tijd thuis van z’n werk.’ Geke legt de hand op de arm van Gonda. ‘We hebben zware tijden meegemaakt, maar ook fijne. Samen lukt het ons, om de boel hier draaiende te houden. Daarvoor zijn Mannes en ik jou heel erg dankbaar.’

Dit artikel is één van de verhalen uit het boek Thuisbegeleiding Over de drempel.

ZorgAccent Boek Thuisbegeleiding

Bestel het boek hier.